Innovaties in de landbouw vergen sterkere rol overheid

Er ligt een flinke opgave voor de agrarische sector om te verduurzamen. De huidige manier van produceren leidt tot uitputting, bodemdaling en achteruitgang van de biodiversiteit. Een concreet voorbeeld waar het spaak loopt is de uitstoot van stikstof in de vorm van ammoniak: die moet fors omlaag. Om deze opgaven het hoofd te bieden is innovatie in het landbouw- en voedselsysteem noodzakelijk. Dit komt onvoldoende van de grond en vraagt om een veel sterkere rol van de overheid.

Waarom is innovatie in de landbouw nodig?

De landbouw staat voor grote opgaven. De huidige manier van produceren brengt schade toe aan de omgeving en natuur door een overschot aan chemische bestrijdingsmiddelen, meststoffen, broeikasgassen en stikstofemissies. Daar bovenop heeft de landbouw in veel gebieden te kampen met de gevolgen van klimaatverandering, verzilting en bodemdaling.

De uitdaging is enorm, alleen al om uitstoot te beperken: de klimaatwet vereist tot 49% broeikasgasreductie in 2030 en de wet Stikstofreductie en Natuurherstel een reductie van stikstofuitstoot met 50% in 2035. Het Rijk zet voor de korte termijn vooral in op het uitkopen van agrarische bedrijven. Maar uitkoop is duur en vaak inefficiënt: zelfs met de huidige kennis en techniek kan in veel gevallen meer stikstofreductie voor minder geld worden gerealiseerd. Om écht grote (en betaalbare) stappen te zetten is innovatie nodig.

Waarom komt innovatie zo moeizaam op gang?

Wij zien ten minste drie oorzaken voor het gebrek aan innovatie in de landbouwsector. Ten eerste: De landbouwsector, en in het bijzonder de akkerbouw en veehouderij, wordt gekenmerkt door veel kleine (familie)bedrijven en MKB-bedrijven als stallenbouwers, machine leveranciers en loonwerkers. De boeren en het MKB hebben wel de praktijkkennis maar zijn te klein om innovatie vanuit de markt op gang te brengen.

Ten tweede: Het Rijk stimuleert innovatie onvoldoende. De warme sanering van de varkenshouderij en de opkoopregeling voor piekbelasters zijn gericht op het uitkopen van bedrijven. Er is een omschakelfonds voor boeren die willen verduurzamen en er zijn subsidies voor aanpassing ven stallen, maar verder organiseert het Rijk niet of nauwelijks echte innovatie.

Ten derde: het ontbreekt aan een visie en heldere doelstellingen voor de sector die innovatie stimuleren. De stikstofwet stuurt bijvoorbeeld op de totale hoeveelheid stikstofgevoelige natuur die op enig moment aan de norm moet voldoen (50% in 2030). Een boer kan daar niks mee, omdat het geen doelstelling is waaraan hij (of zij) kan voldoen.

Wat dan te doen?

Innovatie kan tot stand komen door heldere doelen, stimulering en organisatie van partijen. Wij pleiten voor ambitieuze doelen voor 2050 (met tussendoelen voor 2030) op het gebied van bestrijdingsmiddelengebruik, emissie van ammoniak en broeikasgassen, diervriendelijkheid en biodiversiteit. Geef duidelijke doelstellingen mee die stimulerend werken en tegelijkertijd ruimte geven om op eigen wijze in te vullen. Bijvoorbeeld door te werken met regionale stikstofplafonds, waarbij alle ondernemers in een regio gezamenlijk om tafel moeten om te zien hoe ze daar onder komen. Deels zal die ruimte wellicht door vrijwillige stoppers worden gecreëerd. Deels stimuleert een dergelijk plafond innovatie en verduurzaming. Neem de Nieuwkoopse plassen als voorbeeld, waar de industrie uit welbegrepen eigenbelang straks meefinanciert aan verduurzaming van de landbouw.

Om te innoveren is samenwerking nodig tussen overheid, bedrijfsleven en wetenschap. Die samenwerking is er al deels, vanwege een goede kennisinfrastructuur op het gebied van landbouw in Nederland. Het meeste geld gaat naar de grote bedrijven die met Wageningen universiteit samenwerken op het gebied van productontwikkeling. Nieuwe samenwerking moet door de overheid steviger georganiseerd en gefinancierd worden om de benodigde innovatie over de hele keten van grond tot gezond tot stand te brengen. Betrek ook anderen dan de usual suspects: andere sectoren, disciplines, startups en zelfs kunstenaars kunnen kennis en creativiteit brengen. Geef ruimte aan een nieuwe kijk op voedselproductie, voedselsystemen in relatie tot gezondheid, met meer ruimte voor natuurlijke processen.

Boeren stoppen en worden niet opgevolgd door het ontbreken van perspectief. Echte innovatie op het gebied van natuurinclusiviteit, verdienmodellen, markten, gezonde voeding en integrale ketensamenwerking kan daar verandering in brengen. Maar dat moet wel samen met goede aansturing vanuit de overheid.

Jan Willem Erisman is hoogleraar Environmental Sustainability aan de Universiteit van Leiden

Jenny May is projectmanager landelijk gebied bij VINU

Vinu.nl maakt gebruik van tracking-cookies. Hiermee worden anonieme gegevens over uw bezoek opgeslagen om de website en uw ervaring te verbeteren.