Naar een nieuw samenspel in CID-Binckhorst

Gebiedsontwikkeling en mobiliteitstransitie integraal gerealiseerd

Een deel van de Randstedelijke woningbouwopgave landt in Den Haag. De komende twintig jaar krijgen minimaal 25.000 nieuwe woningen en 30.000 nieuwe arbeidsplaatsen een plek in het Central Innovation District (CID) en de Binckhorst. Dit lukt alleen als we fundamenteel anders omgaan met de mobiliteitsvragen, die daarbij horen. De auto is daarbij niet de oplossing maar juist onderdeel van het probleem: files nemen toe, straten staan vol verkeer en geparkeerde auto’s gijzelen de openbare ruimte. Dit is geen aantrekkelijk perspectief. Daarom werkt Den Haag aan een integraal vervoersysteem, als onderdeel van – en voorwaarde voor – de verstedelijkingsopgave.

Het CID is het gebied tussen en rondom de stations Den Haag Centraal, Hollands Spoor en Laan van NOI. Dit is nu al het economisch hart van Den Haag met veel woningen, werkgelegenheid en onderwijsinstellingen. Het gebied heeft een internationale reputatie. De Binckhorst vinden we pal naast het CID. Toch is het een heel ander gebied: een bedrijventerrein in transitie op de grens met Voorburg en Rijswijk. CID en Binckhorst zijn toplocaties voor stadsontwikkeling en voor beide gebieden zijn toekomstvisies opgesteld met aantrekkelijke woon- en werkmilieus. Verdichten is het devies: hoogstedelijke gemengde milieus met hoge concentraties mensen, hoogwaardige bebouwing en openbare ruimtes. Stedelijke transformatie in optima forma.

Een fijne plek voor zoveel nieuwe mensen vraagt om een optimale mix van alle modaliteiten: fiets, openbaar vervoer, auto en wandelen. Daarom werkt de gemeente Den Haag samen met de publieke partners (Ministeries van IenW en BZK, Metropoolregio Rotterdam Den Haag, Provincie Zuid-Holland en de gemeente Leidschendam-Voorburg) aan maatregelen voor mobiliteitstransitie.

Een goed mobiliteitssysteem ontstaat alleen als de samenhang en samenspel in de gebiedsontwikkeling op de juiste manier en in het juiste tempo vorm krijgen. Het is de grote uitdaging om in iedere fase van de gebiedsontwikkeling te komen tot combinaties van modaliteiten, die passen bij de stad én haar gebruikers. Alleen dan is het mogelijk om de leefbaarheid en bereikbaarheid van de stad te borgen tijdens elke stap van de stedelijke transformatie.

Reizigers verleiden tot andere keuzes
De realisatie van het mobiliteitssysteem start bij de ontwikkeling van de eerste gebouwen. De parkeernorm is één van de sleutels: als Den Haag gaat bouwen op basis van de huidige normen dan zijn er ruim 150(!) voetbalvelden nodig voor alleen al alle parkeerplaatsen. Dat gaat fysiek gewoonweg niet passen met die bouwopgave van 25.000 woningen. Het aantal geparkeerde auto’s en daarmee het autobezit moeten omlaag.

De verstedelijking van CID-Binckhorst biedt een ultieme kans om te innoveren en te experimenteren. De gebieden gaan dienen als proeftuin voor de ontwikkeling en opschaling van Mobility as a Service (MaaS) en nieuwe vervoerssystemen. Iedereen in CID-Binckhorst kiest straks voor de vorm van vervoer die op dat moment het beste past. Die keuze is heel persoonlijk en hangt af van bijvoorbeeld het reisdoel, de bagage en/of het weer. Het gaat steeds minder om de fysieke afstand tot de bestemming; de ervaren ‘nabijheid’ is belangrijker. Snelheid, gemak en comfort zijn allesbepalend bij deze dagelijkse keuze. Het systeem ontzorgt en waarborgt het behoud van bewegingsvrijheid. Uiteraard kan het systeem tot op zekere hoogte ook in de keuzes sturen; door beperkt (en tegen een hoge prijs) parkeerruimte aan te bieden, wordt de auto een minder aantrekkelijk alternatief. Dit mes snijdt dan aan twee kanten: er zijn minder auto’s in het straatbeeld én er is meer plek voor een aantrekkelijke, groene openbare ruimte met goede loop- en fietsroutes. Bovendien realiseer je hoogwaardig OV gemakkelijker, omdat er meer vraag is.

Het bestaande versterken, ruimte voor innovatie
De opgaven en ambities zijn helder, maar wat betekent dit nu concreet voor CID-Binckhorst? Om te beginnen worden eerst de aanwezige systemen in het gebied versterkt. De vier treinstations zijn een belangrijke drager voor het OV-systeem: Den Haag CS, Hollands Spoor, Laan van NOI en Voorburg worden verder opgeschaald en gemoderniseerd. Een compacte, snelle en makkelijke overstap tussen de trein en andere vervoersmiddelen en extra stallingscapaciteit voor fietsen, e-bikes, scooters en deelauto’s. Daarnaast worden de stations door een slim OV- en fietsnetwerk en aantrekkelijke looproutes beter bereikbaar.

Daarnaast zijn investeringen in nieuwe netwerken nodig. Denk aan een hoogwaardige OV-lijn die de verbinding legt met de binnenstad en de regio en een impuls is voor het stedelijke OV. Voor OV-reizigers moeten de ‘first en last mile’ naadloos en perfect geregeld zijn. Hier zijn nieuwe (regionale) fiets- en voetgangersnetwerken belangrijk voor. Het parkeren van de fiets is daarbij een grootpunt van aandacht; rond OV-knooppunten gaat het om vele duizenden stallingsplaatsen en ook bij grote publiekstrekkers is de fietsenstalling een serieuze ruimtevreter. Deelfietssystemen bieden een oplossing. Geen ongebruikte fietsen die dagenlang op straat staan, maar continu gebruik van de in het gebied aanwezige fietsen, voor iedereen toegankelijk met een app. Op termijn krijgen zelfrijdende voertuigen ook een rol in de first en last mile.

De autobereikbaarheid naar de stad blijft van belang, maar de noodzaak om de auto te gebruiken in de stad wordt steeds verder ingeperkt. We gaan hiervoor van ‘bezit naar gebruik’, bijvoorbeeld met deelautosystemen. Eigen auto’s opvangen aan de randen in mobility hubs en passagiers reizen verder de stad in met het OV, op een deelfiets of te voet. De almaar toenemende logistieke stromen en stedelijke distributie vragen om innovatieve oplossingen. We zoeken oplossingen om de eindeloze hoeveelheid ‘bestelbusjes’ terug te dringen en te zorgen voor slimme bevoorrading van winkels. Binnen de sector werken bedrijven en overheden al samen aan optimalisaties. Ook de bouwlogistiek vormt de komende jaren een spannende uitdaging. Dat de Binckhorst aan bevaarbaar water ligt, is mogelijk een interessante kans.

De hamvraag: Is dit allemaal financieel haalbaar? De genoemde maatregelen vragen immers om stevige investeringen in mobiliteitssystemen, waarbij de kosten veelal voor de baten uitgaan. Er zijn zowel publiek als private bijdragen nodig. De mobiliteitstransitie lukt alleen in samenspel, als alle partijen samenwerken aan innovatieve en nieuwe vormen van bekostiging. De samenhang tussen woningbouw en mobiliteit maakt het denkbaar dat we (private) meeropbrengsten als gevolg van lagere parkeernormen kunnen gebruiken om het mobiliteitssysteem te bekostigen. Een voorbeeld is een eenmalige heffing op de verkoop van vastgoed. Ook zijn er verschillende vormen van betalen voor mobiliteit, zoals het instellen van een congestiezone, tariefdifferentiatie in de spitsuren of toeslagen op parkeren. Het uitzoeken van de mogelijkheden van alternatieve bekostiging en het kiezen van de vormen die passen bij het gebied is één van de uitdagingen. De verwachting is dat reguliere publieke en alternatieve bekostiging voldoende middelen genereren om de mobiliteitstransitie te doen slagen. Publieke en private partijen staan nu voor de uitdaging om met elkaar de condities voor dit samenspel te bepalen en te komen tot haalbare business cases.

Op zoek naar alternatieve manieren van bekostiging
Geld vanuit gemeenten en regio voor dit type projecten is er maar beperkt. Ook vanuit het Rijk zijn er weinig mogelijkheden, omdat projecten met dit type investeringen voor de komende jaren al grotendeels zijn belegd. Dus moeten Rijk en regio op zoek naar andere vormen van bekostiging. Een mogelijkheid is het zoeken naar privaat geld door publiek-private samenwerking op te zoeken. Ook andere vormen van alternatieve bekostiging zijn denkbaar, bijvoorbeeld door te variëren in tarieven voor het gebruik van mobiliteit, door specifieke heffingen zoals een spitsheffing of door opbrengsten uit de gebiedsontwikkeling te herinvesteren in mobiliteit. De inzet van de overheden is om substantieel aandeel van de totale benodigde investeringen in CID-Binckhorst uit alternatieve bekostiging te halen. De manier waarop wordt het komende jaar verder uitgewerkt, in samenhang met de gesprekken over de integrale bekostiging van verstedelijking tussen het Rijk en de G4-gemeenten.

Het bruist in CID-Binckhorst
Voor CID-Binckhorst zit de sleutel tot succes in een ontwikkelstrategie, waarin de vastgoedontwikkeling en het mobiliteitssysteem samen oplopen. Deze samenloop maakt het mogelijk een mobiliteitssysteem aan te bieden dat meegroeit met de vervoersvraag in de verschillende fasen van de gebiedsontwikkeling. Uitdaging daarbij is om steeds voldoende zekerheid aan de markt te bieden over de bereikbaarheidsmaatregelen, zodat dit de gebiedsontwikkeling versnelt. Lastig is dat marktontwikkelingen grotendeels het bouwtempo bepalen en vooraf niet precies duidelijk is hoeveel en welk type mensen er uiteindelijk komen te wonen en te werken. Ook verwachten we veel van verschillende technologische ontwikkelingen. Het mobiliteitssysteem moet daarom adaptief zijn: per fase van de gebiedsontwikkeling bekijken we hoe het mobiliteitssysteem meegroeit. Bij het uitwerken van de ontwikkelstrategie is een uitstekend samenspel vereist tussen de gemeentelijke diensten en alle betrokken overheden: zowel op het gebied van mobiliteit, ruimte, stedenbouw en het grondbedrijf. Deze betrokkenen weten elkaar steeds beter te vinden.

Het bruist in CID en de Binckhorst! De ambities zijn hoog en men ziet kansen om te innoveren en te experimenteren met mobiliteit. Bestuurders van de betrokken overheden maakten onlangs de eerste afspraken over de uitgangspunten van het mobiliteitssysteem. We staan echter pas aan het begin van een lang proces. De samenwerking gaat de komende jaren nog veel vragen van de zes overheden en hun partners in het gebied. Door gevoelde urgentie voor de opgaven, nieuwe manieren van samenwerken en innovatieve bekostigingsmogelijkheden lijkt Den Haag de vele duizenden nieuwe bewoners en werknemers met open armen te kunnen ontvangen. Optimale publieke samenwerking in CID en de Binckhorst.

Harold Lek, Jelle Postma en Nicolien van Eeden begeleiden de mobiliteitstransitie in CID-Binckhorst als onafhankelijke procesmanagers namens de betrokken overheden.

Vinu.nl maakt gebruik van tracking-cookies. Hiermee worden anonieme gegevens over uw bezoek opgeslagen om de website en uw ervaring te verbeteren.