Efficiënt openbaar vervoer als kans of bedreiging voor stedelijke ontwikkeling

Meer OV vraagt meer ruimte voor bussen in de stad

Tijdens deze Corona-periode maken minder mensen gebruik van het openbaar vervoer. Meer thuiswerken, angst voor besmetting of juist ongemak rond het mondkapje leiden tot halfvolle bussen. De verwachting is echter dat het gebruik van het OV in de toekomst zal groeien. De druk op de stad en de randstad blijft immers groot. De vraag naar ruimte voor woningen en maatschappelijke voorzieningen groeit en verduurzaming blijft een belangrijk thema. Daarom is in de toekomst meer (ruimte voor) OV nodig. En zelfs zonder groei van het OV staan de huidige stallingen van bussen onder druk vanwege diezelfde stedelijke ontwikkelingen. Binnenstedelijke stallingen zijn immers grote en daarmee gewilde herontwikkelingslocaties. Maar waar laat je dan die (extra) bussen in een steeds vollere stad? De opgave is urgent want adequaat busvervoer over 20 jaar vergt nu beslissingen. De ontwikkeling van dit soort vastgoed kost veel tijd. En dan staat het er ook voor tientallen jaren, dus hopelijk op de goede plek. VINU heeft recent in Amsterdam en in Leiden aan dit vraagstuk gewerkt. Een ingewikkeld vraagstuk, maar met toekomstbestendig busvervoer in de stad als wenkend perspectief.

Geschikte locaties zijn lastig te vinden

Een busstalling verplaatsen, of herontwikkelen met extra programma, kent verschillende uitdagingen. Een busstalling is allereerst een grote ruimtevrager, die niet eenvoudig te combineren is met andere functies. Binnenstedelijke, gebouwde, oplossingen zijn (zeer) kostbaar. En een verplaatsing heeft (financiële) gevolgen voor de exploitatie van het OV omdat busroutes veranderen.

Grote kavels zijn in een drukke randstad niet ruim voorhanden. Nieuwe plekken zijn daarom lastig te vinden. Een busstalling vraagt als snel enkele hectaren ruimte. En hoewel bussen op meer lagen gestald kunnen worden, is een flink maaiveld onontbeerlijk. Stallen op meer lagen maakt lange hellingbanen noodzakelijk, anders komt de bus niet omhoog. Maar denk ook eens aan een draaicirkel van een bus en weet dat bussen steeds langer worden, tot 24 meter aan toe. Planologische, verkeerskundige en milieukundige eisen beperken voorts de mogelijkheden: niet alle kavels die ‘passen’ zijn vanwege beleid, regelgeving en ontsluiting ook geschikt. En vanwege (vermeende) overlast zit uiteraard niet iedereen te wachten op een dergelijke functie in ‘zijn’ project, buurt of gemeente.

Een nieuwe busstalling is een kostbaar project

Een verdichte stad met efficiënt ruimtegebruik leidt tot de wens een stalling te combineren met extra programma, zoals kantoren of woningbouw. Maar hoe praktisch en veilig is het eigenlijk om met bussen te rijden rondom een woon- of kantoorgebouw? Het kan, maar mitigerende maatregelen leiden tot meerkosten. Denk aan milieu-en veiligheidseisen (brandgevaar van -toekomstige- elektrische bussen), hogere constructiekosten etc.

Een nieuwe busstalling is daarmee altijd een kostbaar project: het gaat al snel over tientallen miljoen euro’s.  En bij die bouwkosten blijft het niet. Verplaatsing van een stalling heeft andere (aanrijd-)routes van bussen tot gevolg. Elke bus rijdt s ’ochtends leeg weg bij de stalling op weg naar de eerste halte (en s ’avonds weer terug). Die route wijzigt bij verplaatsing en vanuit het bestaande netwerk bezien zijn dat extra ‘lege’ kilometers. Met de financiële consequenties daarvan is bij verlening van de concessie geen rekening gehouden. Terwijl de kosten aardig in de papieren kunnen lopen, zeker bij verplaatsing van een stalling naar de randen van de stad of daarbuiten.

Onder andere daarover moeten betrokken partijen in gesprek: de concessiehouder (de ov-maatschappij), de concessieverlener (provincie of vervoerregio) en de gemeente(n). Gezamenlijk staan deze partijen voor een optimaal openbaar vervoer, maar ze hebben ook hun eigen rol en deelbelangen. De gemeente is bijvoorbeeld niet alleen ‘afnemer’ van het OV maar is vaak ook op andere wijze betrokken (bijvoorbeeld als aandeelhouder van het vervoersbedrijf). De gemeente is daarnaast soms (groot)grondbezitter en zit als lokale overheid uiteraard ruimtelijk aan het stuur, met oog voor álle opgaven van de stad.

Twee voorwaarden voor succes

Het betreft een betrekkelijk nieuw vraagstuk richting de toekomst, dat alleen in gezamenlijkheid kan worden opgepakt. Taken en verantwoordelijkheden zijn immers niet altijd scherp afgebakend en er is sprake van wederzijdse afhankelijkheden. Om toekomstbestendige oplossingen te realiseren is het daarom van belang dat de verschillende partijen goed weten hoe zij zich tot elkaar verhouden. De timing rondom nieuwe concessies is daarbij cruciaal. Maar ook het maken van goede afspraken over fasering, kosten en eigenaarschap. Het gaat niet alleen om planontwikkeling, maar ook om de bouw en exploitatie van nieuwe voorzieningen. Anders gezegd: van wie is wat, wie bepaalt en wie betaalt? Door in een vroeg stadium gezamenlijk een integrale benadering te kiezen kunnen bovendien de meeste meekoppelkansen benut worden. Medegebruik van sommige voorzieningen (bijv. laadinfrastructuur, of de wasstraat voor touringcars of brandweer) leidt in potentie tot duurzame oplossingen voor de 21e eeuw.

Maar als eerste moet duidelijk zijn wat men de beste plek vindt voor de (nieuwe) busstalling(en). Is dat een vanuit OV-doeleinden optimaal in het huidige of toekomstige netwerk gesitueerde locatie? Of is dat een andere locatie die overige stedelijke ontwikkelingen mogelijk maakt? Het antwoord op deze vraag moet bestendigd worden in beleid zoals de omgevingsvisie: OV concurreert immers met andere ruimtevragers in de stad. Goed nadenken over de manier waarop het OV ruimtelijk gefaciliteerd moet worden maakt het gemakkelijker om snel stappen te zetten als een specifieke remise of garage moet wijken voor andere ontwikkelingen.

Vanuit VINU werken Jurriaan van Hellemond, Paul Laudy, Jenny May en Bas Snoeker aan deze opgave. Voor meer informatie over het verplaatsen van busgarages kan je met een van hen contact opnemen!

Een nieuwe busstalling is een kostbaar project

Mobiliteit
Stedelijke ontwikkeling

Vinu.nl maakt gebruik van tracking-cookies. Hiermee worden anonieme gegevens over uw bezoek opgeslagen om de website en uw ervaring te verbeteren.