Rijk, pak de regie in het landelijk gebied!

VINU’ers Jessica van Grootveld en Margriet Jansen verdiepen zich in de visie van Prof. dr. ing. Jan Willem Erisman op de toekomst van het landelijk gebied. Erisman is hoogleraar milieu en duurzaamheid bij de Universiteit Leiden.

Ons landelijk gebied staat voor grote uitdagingen. Volgens Erisman is de grootste uitdaging “om de kwaliteit van de natuur en biodiversiteit in de breedte overeind te houden in het landelijk gebied”. De ruimteclaims zijn groot, de grondprijzen zijn hoog en de druk op grond is extreem. Dit gaat ten koste van de natuur en de biodiversiteit als je het niet goed doet. Maar hoe doe je het goed? Erisman heeft een duidelijke visie over hoe de transitie succesvol kan verlopen. Hij deelt zijn drie belangrijkste adviezen voor een succesvolle landbouwtransitie. “Als het nu niet lukt, in een tijd waar het economisch zo goed gaat, dan missen we een grote kans.”

  1. Méér landelijke regie en sturing

Erisman vindt allereerst dat de Rijksoverheid lef moet tonen door de regie te pakken. De landelijke overheid moet per regio duidelijke wettelijke doelen vaststellen, afgeleid van (inter)nationale verplichtingen. In tegenstelling tot de huidige aanpak, bijvoorbeeld in de RES-gebieden, zou elke regio een integrale set met kaders moeten meekrijgen waarbinnen de verschillende stakeholders zelf de verantwoordelijkheid kunnen nemen voor de inrichting van hun leefomgeving. Dit vraagt om twee nieuwe rollen op landelijk niveau: een verantwoordelijk minister van Ruimte en Omgevingskwaliteit én een Landschapscommissaris die, met mandaat en budget de uitvoering organiseert. Erisman ziet helaas in de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) de overheid juist meer sturing uit handen geven door afwegingen en de uitvoering decentraal te organiseren.

  1. Start de verandering aan het begin: in het onderwijs en het onderzoek

Alleen met kaders en landelijke regie zijn we er niet. Om tot wezenlijke verandering te komen stelt Erisman dat er verandering nodig is in het landbouwonderwijs en – onderzoek. “Wisten jullie dat slechts vijf procent van de landbouwopleiding gaat over nieuwe vormen van landbouw?” Het is noodzakelijk om meer te investeren in het onderwijs en het curriculum te herzien, zodat toekomstige boeren op school meer leren over onderwerpen als bodemkunde en natuurbeheer. “Zodat ze weten dat het anders kan en anders moet.” Ook de financiering van het onderzoek moet veranderen. Momenteel gaat negentig procent van de financiering naar gangbare landbouwtechnologie.

  1. Verander het verdienmodel

Ten derde stelt Erisman dat het verdienmodel van de agroketen fundamenteel moet veranderen. Op dit moment is de financiële prikkel: hoe meer een boer produceert, hoe meer geld er wordt verdiend aan leningen, machines, zaden etc. Ook zal de rol van de boer moeten veranderen. Een boer levert, naast producten waar de consument een eerlijke prijs voor betaalt, ook diverse ecosysteemdiensten zoals schoon grondwater en meer biodiversiteit. Hier moeten ook opbrengsten voor boeren tegenover komen te staan. Erisman vindt dat de betrokkenheid tussen boeren en burgers bij landinrichting, -beheer en de exploitatie moet worden vergroot. “Gebiedscoöperaties die boeren en burgers met elkaar verbinden zijn hiervan een goed voorbeeld.” De rol van de overheid is om al deze veranderingen, groot en klein, te financieren en faciliteren.

Kortom, we moeten aan de slag!

Landbouw met respect voor de natuur vraagt op meerdere niveaus en bij diverse partijen om veranderingen. Ook zijn voorbeelden nodig om te laten zien hoe het kan, zoals in het Buijtenland van Rhoon en bij de Heerenboeren in Boxtel. Erisman kijkt positief naar de toekomst: “Ik zie beweging, maar grote integrale veranderingen kosten nu eenmaal veel tijd.”

 Zie voor meer informatie over het Buijtenland van Rhoon pagina PM

Isabelle Boon i.o.v. Gebiedscoöperatie Buijtenland van Rhoon

Vinu.nl maakt gebruik van tracking-cookies. Hiermee worden anonieme gegevens over uw bezoek opgeslagen om de website en uw ervaring te verbeteren.