Na verkiezingen en coalitieonderhandelingen ontstaat er een golf aan nieuwe energie. Ambities worden aangescherpt, middelen vrijgemaakt en wensenlijsten omgezet in plannen. Zeker bij woningbouw lijkt alles klaar om te versnellen: er is politieke wil, er zijn subsidies, er staat druk op de ketel en er is in veel regio’s voldoende plancapaciteit. Toch dreigt het bekende patroon weer te ontstaan: de uitvoering stokt. Het ligt zelden aan onwil of gebrek aan geld, maar veel vaker aan de inrichting van de (bestuurlijke) samenwerking tussen rijk, provincie, regio en gemeenten. Iedereen kijkt naar elkaar, en niemand heeft de regie om knelpunten tijdig weg te nemen.
De stagnerende woningbouw laat haarscherp zien wat er gebeurt als afhankelijkheden te laat in beeld komen. Terwijl projecten ogenschijnlijk alle vinkjes hebben, lopen ze alsnog vast op netcongestie, schaarse capaciteit, bezwaarprocedures of infrastructuur die niet op tijd geregeld is. De regio is de cruciale schakel, maar is vaak het minst stevig georganiseerd. Iedereen signaleert dit, maar hoe komt het dat het dan niet wordt opgelost?
Met een nieuw kabinet en gemeenteraadsverkiezingen voor de deur is dit een goed moment deze vraag te beantwoorden: hoe organiseren we regionale regie zo dat afhankelijkheden tussen overheden tijdig worden opgelost en woningbouwplannen daadwerkelijk tot uitvoering komen?
Een systeem dat niet ontworpen is voor voortgang, maar voor beheersing
Regionale samenwerking is een kans die nog veel te weinig wordt benut. Dat is jammer, want regionaal ligt vaak de oplossing: afspraken over verdeling van netcapaciteit, compensatie van bedrijventerreinen, en onderlinge inzet van ambtelijke capaciteit. We zien dat de wil er is, maar toch kijkt elke overheidslaag te vaak vanuit haar eigen perspectief en wachten ze op elkaar. En dat is logisch omdat we gevoed worden door hoe het bestuurlijk en politiek is georganiseerd; versnipperde bestuurlijke betrokkenheid, geen eenduidig mandaat en bestuurders en gemeenteraden die toch veelal lokaal georiënteerd zijn. Een wethouder die regionaal denkt, maar lokaal wordt afgerekend, denkt wel twee keer na. Rationeel is dus lokaal denken. Een gemeente die wacht met investeren tot provinciale kaders vastliggen, is niet traag, maar verstandig binnen spelregels van het systeem. Het systeem beloont afwachten en bestraft vooruitlopen.
Tegelijkertijd neemt de behoefte aan regionale samenwerking toe door woondeals, volkshuisvestingsprogramma’s en nieuwe rijksregie. Het Regeerakkoord geeft hieraan een impuls: het formuleert ambitie, een helder einddoel en politieke richting. Concreet vertaald in meer woningen, snellere procedures, meer push op regionale samenwerking. Wat het Regeerakkoord niet doet: het organiseert geen gedecentraliseerde uitvoering. Dit zorgt voor spanning tussen ambitie en uitvoering.
De regio wordt verantwoordelijk gemaakt zonder dat de governance meegroeit. Hierdoor dreigt – in plaats van versnelling – juist meer onduidelijk in verantwoordelijkheden, extra overheidsafstemming, verantwoording en dus vertraging. Misschien vraagt versnellen niet om harder duwen, maar om anders inrichten van regie en hoe we de samenwerking zó organiseren dat zij uitvoerbaarheid produceert.
Samenwerking bepaalt het ritme. Procesontwerp bepaalt het tempo. Uitvoering is waar ze samenkomen.
- Regionale versnellingstafels zijn een mooie eerste stap, maar er is meer nodig, zoals een regionale portfolio met een regionaal doel en projecten waar versnelling mogelijk is, verdelingsafspraken zijn gemaakt en waar overheden elkaar helpen in het oplossen van de knelpunten.
2. Benoem per project expliciet waar overdracht tussen lagen plaatsvindt en wijs een eigenaar aan die overdracht bewaakt.
3. Richt een duidelijke governancestructuur in, met zichtbare aanspreekpunten en bestuurders.
4. Maak per gemeente één wethouder bestuurlijk aanspreekpunt voor regionale afstemming. Geen extra bestuurlijke laag, maar iemand die vroeg aan de bel trekt bij knelpunten, die parallelle besluitvorming mogelijk maakt en waarbij partners elkaar niet verrassen maar versterken en helpen: compact, doelgericht, met duidelijk mandaat.
Voor nieuwe colleges ligt hier een kans die groter is dan elke beleidsnotitie. Wie in de eerste maanden dit ene knelpunt oplost -de ontbrekende regie tussen schaalniveaus – zet de deur open naar daadwerkelijke versnelling. Wie het laat liggen, krijgt een voorspelbare bestuursperiode: veel ambitie en veel afstemming, maar weinig resultaat.
De keuze is simpel en urgent: organiseer regionale uitvoeringsregie aan de voorkant. Het is de belangrijkste stap om van politieke belofte echte uitvoerbaarheid te maken.