VINU maakt gebruik van cookies om de bezoekers van onze website de best mogelijke ervaring te bieden en voor het analyseren van bezoekersgedrag waarmee we onze website kunnen verbeteren.
De komende jaren wordt Knooppunt Leiden Centraal klaargestoomd voor de toekomst. Leiden Centraal groeit met ruim 40 procent door naar 145.000 reizigers per dag, door de groei van het aantal inwoners én de economische ontwikkeling van het gebied. De sleutel van de oplossing ligt onder meer in het ontvlechten van de verschillende verkeersstromen: bus, fiets en voetganger. “Het klinkt als een simpele oplossing, waar we jaren op studeren om het goed te kunnen realiseren”, aldus Inge van Huffelen van VINU.
Het is misschien wel een van de meest ingewikkelde puzzels op het gebied van mobiliteit en ruimtelijke ordening van dit moment. Hoe wordt Knooppunt Leiden Centraal toekomstbestendig? In sterk verstedelijkt gebied worden nog meer woningen gebouwd en wordt tegelijk economische groei gestimuleerd. Tel daarbij op dat dit geen op zichzelf staande ontwikkeling is, Leiden Centraal is namelijk onderdeel van de MIRT-verkenning Oude Lijn. De Oude Lijn is de naam van de spoorverbinding van Dordrecht naar Leiden. Gekeken wordt hoe de ruimte in en om de stations van de Oude Lijn kan meegroeien met de groei van de steden. Meerdere stakeholders, waaronder Rijk, provincie, gemeenten en ProRail hebben elk hun eigen belangen en wensen, zo ook in Leiden. Kortom, we hebben hier te maken met een uitdaging waar je u tegen zegt.
Gezamenlijk Rijk-regio-project: MIRT-verkenning Oude Lijn
Inge van Huffelen is senior projectmanager bij VINU. Ze heeft een brede achtergrond in procesmanagement en regionale samenwerking. Ze is gepromoveerd op strategische procesaanpakken in gebiedsontwikkelingsprojecten. Van Huffelen is vanuit VINU fulltime gedetacheerd bij gemeente Leiden. Ze is de Leidse vertegenwoordiger in het overleg over het knooppunt Leiden Centraal waarbij in totaal zes partners samenwerken. “In 2022 is dit project begonnen met de startbeslissing MIRT-verkenning Oude Lijn, knooppunt Leiden-Centraal. Vanaf dat moment weet je dat het project op de Rijksinvesteringslijst staat en er geld beschikbaar komt voor de ontwikkeling van station Leiden Centraal, waar ook het busstation onder valt.”
Faseren
De uitvoering zal stap voor stap gaan gebeuren, mede vanwege de politieke en daarmee financiële onzekerheden die met een gigantisch project als dit gepaard gaan. “De hoop is dat het hele plan in 2040 gerealiseerd zal zijn. “Maar je moet faseren, want je kunt niet alles tegelijk bouwen en niet al het benodigde geld is in een keer beschikbaar. Zo werken we toe naar het eindbeeld toe, het totaalplaatje.”
Versterken verbinding tussen twee stadsdelen
“Dit project moet bijdragen aan het versterken van de internationale economie en positie van de stad, het bouwen van woningen, het organiseren van een toekomstbestendig knooppunt en duurzame ontwikkeling. Deze doelen matchen met de doelen op rijksniveau.” Een van de kenmerken van Leiden Centraal is daarnaast dat het station twee kanten heeft. Aan de ene kant het centrum van de stad en aan de andere kant, de zeezijde, het Leiden Bio Science Park (LBSP), met onder meer de universiteit, hogeschool, ziekenhuis en Naturalis. “Belangrijk voor de Leidenaar is dat het stationsgebied deze twee stadsdelen goed met elkaar gaat verbinden en dat het een fijne en veilige verblijfsplek wordt.”
Integrale aanpak
En dat is een behoorlijke zoektocht. Want bij die wens van de Leidenaar komen vanzelfsprekend ook andere opgaven om de hoek kijken. Leefbaarheid, veiligheid, klimaatadaptatie, hittestress, vergroening, verduurzaming en zo gaat de lijst nog wel even door. “Allemaal belangrijke aspecten, welke in deze vroege planvormingsfase nog niet volledig uit de verf komen”, stelt Van Huffelen. Tegelijkertijd tekent het de uitdaging waar ze voor staat. “We moeten ons afvragen wat de rol van dit ov-knooppunt in de stad eigenlijk is. Het knooppunt moet goed werken als overstapmachine, dat verklaart die infragerichte aanpak. Maar daarnaast moet Leiden Centraal juist ook bijdragen aan een de ontwikkeling van een nieuw stukje stad in Leiden, waar wonen, werken, reizen en verblijven prettig is. Dat maakt het tot een complexe en integrale opgave en vraagt heel duidelijk een ruimtelijke aanpak.”
Alles heeft verband met elkaar, waardoor we in samenhang en met alle partners die puzzel moeten leggen om het knooppunt klaar te maken voor de toekomst.”
Inge van Huffelen
Twee werelden verbinden: mobiliteit en ruimte
“Voor mij betekent het dat ik constant niet alleen die inhoudelijke vraagstukken aan het afstemmen ben, maar ook twee verschillende werelden. Want in Nederland hebben we nog steeds een infrawereld en een verstedelijkingswereld. Concreet investeer je dus in het ov en in een fijn leefgebied met nieuwe en bestaande woningen en kantoren. Ook ben je constant aan het schakelen tussen wat je op korte en op lange termijn moet doen.” Dat betekent dat we op dit moment wel de betekenis van opgaven als klimaatadaptatie, toegankelijkheid en vergroening onderzoeken en hier ruimte voor reserveren, maar dit nog niet concreet uitwerken. “Daarvoor zijn we nu nog te hoog over bezig. We zijn nog aan het kijken waar we het busstation naartoe verhuizen, nog niet waar de ingang van een fietsenstalling moet komen”, schetst ze.
Het station van de regio
“Oorspronkelijk was het station sterk georiënteerd op de historische binnenstad”, weet Van Huffelen. “Daarom zit er ook alleen aan die kant een ontvangsthal, terwijl aan de kant van het LBSP er ondertussen dagelijks 50.000 reizigers in- en uitstappen, net zo veel als aan de centrumzijde. Wat men nog wel eens onderschat, is dat Leiden qua reizigersaantallen het zesde station van Nederland is. Met de nieuwe prognoses gaan we richting een omvang als Rotterdam Centraal en dat is in oppervlakte echt een veel groter station. Leiden Centraal is naast een belangrijke eindbestemming, ook belangrijk voor overstappers. Omdat Leiden Centraal het enige intercitystation in de regio is, concentreert de groei uit de hele regio zich op dit knooppunt. Leiden Centraal is daarmee ook het station van Katwijk, Oegstgeest, Leiderdorp en Zoeterwoude. Dat is waarom het busstation in deze ontwikkeling ook een belangrijke plek inneemt.”
Simpele oplossing voor complexe vervoersstromen
Het Leiden Bio Science Park (LBSP) is het grootste kenniscluster van Nederland op het gebied van Life Sciences & Health en staat internationaal hoog aangeschreven. Het gebied transformeert in de komende jaren verder naar een Innovation District: een gebied met hoge dichtheden waar een mix van werken, wonen en horeca zorgt voor een vruchtbaar klimaat voor ondernemerschap en innovatie. Momenteel werken er al meer dan 25.000 werknemers en dit aantal groeit nog altijd.
Meer reizigers dus en geen extra ruimte. Het ontrafelen van de verschillende modaliteiten op en rond het station is de sleutel naar de oplossing, denkt Van Huffelen. “Treinreizigers komen nu al niet makkelijk de trap op en af”, geeft ze als voorbeeld. “De inrichting van de hal en de perrons moet met deze forse groei dus anders. En de busroutes naar het busstation zijn niet ideaal en kruisen op meerdere plekken de reizigersstromen. We kijken daarom naar een andere locatie voor het busstation. Er zijn momenteel drie kansrijke oplossingen, eind 2025 kiezen we een voorkeursalternatief. Door het busstation te verplaatsen, zitten bussen, fietsers en voetgangers elkaar straks minder in de weg. “Er is ondanks de toenemende reizigersaantallen niet per se meer ruimte nodig”, vat Van Huffelen samen. “Natuurlijk moet er bijvoorbeeld een grotere stationshal komen met extra trappen, maar we moeten vooral het gebied opnieuw indelen om het beter te laten functioneren en de kwaliteit van het gebied te kunnen verhogen. Klinkt misschien als een heel simpele oplossing, maar vergt wel jaren studeren. Alles heeft verband met elkaar, waardoor we in samenhang en met alle partners die puzzel moeten leggen om het knooppunt klaar te maken voor de toekomst.”
2040 is nog ver weg en of de plannen die nu worden gemaakt ook daadwerkelijk zo worden gerealiseerd is een beetje afwachten. Elke stap in de ontwikkeling van Leiden Centraal biedt kansen voor verbetering. “Op dit moment is het gebied al volop in ontwikkeling met nieuwe gebouwen om in te wonen en te werken, maar de uitvoering van het ov-knooppunt zal nog even duren. De huidige mijlpalen zijn soms droge rapporten en samenwerkingsafspraken. En die mijlpalen vieren we ook, want ik trek het als mens slecht als ik meer dan twintig jaar moet wachten op een feestje”, zegt Van Huffelen met een knipoog. Alle stappen samen vormen straks de kers op de taart: Een veilige en aantrekkelijke verbinding tussen stad en Leiden Bio Science Park wordt een visitekaartje voor Leiden als moderne stad.
Het is gaat om een meervoudige opgave, waarin er niet één makkelijke oplossing is voor het totaal. Het interactieve proces met de partners leidt tot een groter begrip voor elkaars belangen en meer inzicht in kansen, knelpunten en samenhang tussen keuzen.”
Huib van der Kolk, Projectmanager MIRT-Verkenning Leiden namens opdrachtgevende partijen